ECLI:NL:RBZWB:2023:94
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Schadefonds over psychisch letsel na schietincident en huiselijk geweld
Eiseres diende bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven aanvragen in voor uitkeringen wegens letsel door een schietincident in 2002 waarbij haar moeder werd gedood door haar vader, en wegens huiselijk geweld tussen 2019 en 2021. Het Schadefonds kende uitkeringen toe voor lichamelijk letsel en voor letsel door huiselijk geweld, maar wees het verzoek om een tegemoetkoming voor psychisch letsel door het schietincident af.
De rechtbank oordeelt dat het schietincident, gezien de ernst en de impact op het jonge slachtoffer, gelijkgesteld kan worden aan andere ernstige geweldsmisdrijven waarvoor psychisch letsel zonder medische beoordeling kan worden voorondersteld. Daarom is het besluit van het Schadefonds om het psychisch letsel niet te erkennen onjuist en wordt het vernietigd.
Ten aanzien van het huiselijk geweld is het Schadefonds terecht niet uitgegaan van stelselmatig geweld, omdat de frequentie van incidenten onvoldoende was voor die kwalificatie. De uitkering op basis van maximaal vijf behandelsessies is correct toegekend. Het beroep tegen dit besluit wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank draagt het Schadefonds op een nieuw besluit te nemen over het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt het Schadefonds tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van psychisch letsel na het schietincident is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, het beroep tegen het huiselijk geweld besluit is ongegrond verklaard.