Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens stilstaan op het fietspad te Goes op 24 december 2022. Hij stelde dat hij tien minuten bij een winkel was geweest en dacht dat het een parkeerplek betrof vanwege de andere kleur stenen en stilstaande voertuigen. Betrokkene betwistte de gedraging niet, maar voerde aan dat het nooit zijn intentie was geweest om verkeerd te parkeren.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting verscheen betrokkene niet. De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en de dossierstukken voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. De borden die het parkeren verboden stonden, waren duidelijk zichtbaar en stonden dicht bij de plek waar betrokkene had geparkeerd.
De kantonrechter vond de verwarring van betrokkene begrijpelijk, maar niet voldoende om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd op 8 november 2023 in het openbaar gedaan door kantonrechter A.B. Scheltema Beduin.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.