Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet dragen van een goedgekeurde helm op een bromfiets op 22 oktober 2021 om 21:15 uur op het Oranjeplein te Oost-Souburg. Betrokkene stelde dat hij niet op die locatie was en dat er geen staandehouding had plaatsgevonden. Hij voerde aan dat hij op dat tijdstip bezig was met het verkopen en in elkaar zetten van een scooterblok, ondersteund door getuigen en foto's.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde de zaak op 8 november 2023. Betrokkene had de vereiste zekerheidstelling van €109 te laat betaald, waardoor deze werd gepasseerd. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs leverde dat de gedraging had plaatsgevonden.
De kantonrechter vond geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, ondanks de aangevoerde tegenbewijsstukken. Ook zag de kantonrechter geen reden om de boete te matigen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.