Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verplichte verzekering voor een motorrijtuig, vastgesteld door de RDW op 27 juni 2022. Betrokkene stelde dat de boete onterecht was omdat de verzekering zonder zijn weten was opgezegd door een derde en dat hij de boete niet kon betalen vanwege financiële en gezondheidsproblemen.
De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van de vereiste zekerheidstelling. De kantonrechter stelde de zekerheidstelling op nihil vanwege de persoonlijke omstandigheden van betrokkene. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en de boete terecht was opgelegd, maar matigde de boete tot €100 vanwege de korte periode van zeventien dagen dat het voertuig onverzekerd was en de persoonlijke situatie van betrokkene.
Het beroep werd daardoor gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van de beslissing.
Uitkomst: De boete wegens het niet verzekeren van het motorrijtuig is gematigd tot €100 vanwege persoonlijke omstandigheden en korte termijn onverzekerdheid.