Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van een verplichte verzekering voor een motorvoertuig, geconstateerd op 24 december 2021. Het voertuig betrof een oude motor uit 1977, eigendom van zijn overleden broer, waarvan de nalatenschap nog niet was geregeld. Betrokkene was niet op de hoogte dat de verzekering was stopgezet nadat de verzekeraar een kennisgeving naar het adres van de overleden broer had gestuurd.
Na ontdekking van de stopzetting op 7 maart 2022 heeft betrokkene de motor geschorst. Hij berijdt de motor niet en houdt deze als nagedachtenis aan zijn broer. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd omdat de overtreding vaststaat.
De kantonrechter vindt echter dat de bijzondere omstandigheden en het late tijdstip van kennisname van de stopzetting aanleiding geven tot matiging van de boete. Wel wordt meegewogen dat betrokkene na kennisname te lang heeft gewacht met het schorsen van de motor. De boete wordt gematigd tot € 200,00 plus administratiekosten. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid wordt terugbetaald.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 200,00 plus administratiekosten en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.