ECLI:NL:RBZWB:2023:9370

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
11 januari 2024
Zaaknummer
10615224 MB VERZ 23-883
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.J.L. Schakenraad
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 8 Wahv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beroep tegen verkeersboete wegens verhuur voertuig tijdens overtreding

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 5 km/u te hard binnen de bebouwde kom te Tilburg op 16 februari 2023. Betrokkene voerde aan dat het voertuig op dat moment verhuurd was aan een klant en verzocht de boete door te sturen naar de huurder. Hoewel aanvankelijk een verkeerde huurovereenkomst was overgelegd, werd ter zitting toegelicht dat het om dezelfde klant ging en werd een geldige huurovereenkomst getoond.

De officier van justitie had het beroep ongegrond verklaard, maar de kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 5 en Pro 8 Wahv de boete terecht niet aan betrokkene als kentekenhouder kon worden opgelegd vanwege de bedrijfsmatige verhuur. De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van de betaalde zekerheid.

De uitspraak werd gedaan op 7 november 2023 door kantonrechter G.J.L. Schakenraad. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd vanwege verhuur van het voertuig tijdens de overtreding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10615224 \ MB VERZ 23-883
CJIB-nummer : 2062 5422 5595 9963
uitspraakdatum : 7 november 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 november 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.M. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 5 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Ringbaan-West (t.h.v. kruising Professor Cobbenhagen) te Tilburg op 16 februari 2023 om 09:00 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt een autoverhuurbedrijf te zijn. Op het moment van overtreding was het bedoelde voertuig verhuurd. Betrokkene verzoekt de boete door te sturen naar de huurder. Er is een huurovereenkomst mee gestuurd. Bij de fase van de officier van justitie heeft betrokkene de verkeerde huurovereenkomst overhandigd.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het in alle drie de zaken om één dezelfde klant gaat. De brief met een antwoordkaart heeft betrokkene nooit ontvangen, aangezien de postbode vaak fouten maakt tussen [huisnummer 1] en [huisnummer 2] op de [straat] in [plaats] .
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht alle drie de beroepen gegrond te verklaren, aangezien de beschikkingen zijn vernietigd. Op 10 juni 2023 is er een brief met antwoordkaart verzonden naar betrokkene.

Overwegingen

Op grond van artikel 5 Wahv Pro wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder.
Ingevolge artikel 8 Wahv Pro is dat alleen dan anders indien de kentekenhouder
( a) niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of
( b) een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegt of
( c) ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was.
Betrokkene stelt dat het voertuig zou zijn verhuurd ten tijde van de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur). Betrokkene heeft die stelling voldoende onderbouwd door een geldige lease- of huurovereenkomst te overleggen. Daarmee staat vast dat die uitzondering zich heeft voorgedaan. De boete is dan ook ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 45,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.L. Schakenraad, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: