Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats 1] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op verzoek van de officier van justitie de voortzetting van een crisismaatregel bevolen ten aanzien van betrokkene, geboren in 1998, die verblijft in een zorgaccommodatie. De maatregel is gebaseerd op artikel 7:7 Wvggz Pro en is bedoeld om onmiddellijk dreigend ernstig nadeel af te wenden.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij betrokkene en een arts in opleiding tot psychiater werden gehoord, werd vastgesteld dat betrokkene lijdt aan vermoedelijke bipolaire-stemmingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Betrokkene ondervindt thuis ernstige problemen, waaronder vernielingen aan haar woning, en weigert opname binnen de instelling. De arts benadrukte dat voortzetting van de maatregel noodzakelijk is voor diagnostiek en behandeling, maar dat toediening van vocht en voeding niet nodig is.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van ernstig lichamelijk letsel, materiële schade en maatschappelijke teloorgang als onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door het gedrag voortvloeiend uit de psychische stoornis. Minder bezwarende alternatieven ontbreken en de voorgestelde verplichte zorg is evenredig en effectief. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt daarom verleend tot en met 24 februari 2023, met uitzondering van toediening van vocht en voeding.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 24 februari 2023, zonder toediening van vocht en voeding.