ECLI:NL:RBZWB:2023:9365

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
11 januari 2024
Zaaknummer
10602999 MB VERZ 23-872
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.J.L. Schakenraad
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens overschrijding maximumsnelheid

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden met 25 km/u te hard op de N65 buiten de bebouwde kom te Udenhout op 21 mei 2022 om 04:54 uur. Betrokkene voerde aan dat zij net van haar werk kwam, de auto van haar moeder gebruikte en dat er weinig verkeer was. Tevens vond zij het buitenproportioneel om tweemaal beboet te worden voor dezelfde gedraging binnen dezelfde minuut.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de boetes terecht waren opgelegd gezien het tijdsverschil van 55 seconden tussen beide boetes. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat en dat betrokkene zich aan de maximumsnelheid had moeten houden.

Desondanks achtte de kantonrechter de door betrokkene aangevoerde omstandigheden voldoende reden om de boete te matigen tot nihil. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag van €266 terug te betalen.

Uitkomst: De boete wegens 25 km/u te hard rijden is gematigd tot nihil en het te veel betaalde bedrag wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10602999 \ MB VERZ 23-872
CJIB-nummer: 9062 5422 4975 2984
uitspraakdatum: 7 november 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 november 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.M. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 25 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N65 Rijksweg (t.h.v. HMP 14.9 richting Den Bosch) te Udenhout op 21 mei 2022 om 04:54 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene was net klaar van haar werk en mocht, omdat het zo laat was, de auto van betrokkene haar moeder meenemen. Er was verder bijna geen verkeer op de weg. Betrokkene was ervan overtuigd dat je op deze weg 100 km/u mocht rijden al heeft betrokkene naderhand al gezien dat het duidelijk is aangegeven dat je er 80 km/u mag rijden. Betrokkene is op deze weg twee keer geflitst en op dezelfde datum en dezelfde minuut. Betrokkene vindt het buitenproportioneel om tweemaal beboet te worden voor dezelfde gedraging, weg, datum en tijdstip. Betrokkene heeft begrip voor de boete, maar betrokkene heeft niemand in gevaar gebracht. Betrokkene hoopt erop dat een boete geseponeerd wordt.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er zit 55 seconden verschil tussen de boetes. Betrokkene heeft zo hard gereden dat twee boetes in zo’n korte tijd voor eigen rekening en risico dienen te komen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Op weggebruikers rust een voortdurende verplichting om zich aan de maximumsnelheid te houden.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij zijn de door betrokkene aangevoerde bijzondere omstandigheden van belang. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 266,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.L. Schakenraad, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: