ECLI:NL:RBZWB:2023:9359
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van Dam
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling na faillissement afgewezen wegens ontbreken betalingsverplichting garant
Eiser verkocht in 2016 de voorraad en inventaris van zijn bedrijf aan een andere vennootschap, die vervolgens failliet ging. Eiser had een addendum waarin gedaagde garant stond voor betaling van de koopsom. Na faillissement werd een nieuwe betalingsregeling getroffen met een ander bedrijf van dezelfde eigenaar, waardoor de betalingsverplichting van gedaagde kwam te vervallen.
Eiser vorderde betaling van het resterende bedrag van € 9.600,00 plus rente van gedaagde. Gedaagde betwistte dit en stelde dat het addendum een borgstelling betrof die was vervangen door de nieuwe regeling met het andere bedrijf. De rechtbank oordeelde dat de nieuwe regeling de oude garantstelling verving en dat gedaagde daardoor geen betalingsverplichting meer had.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat de verschillende bedrijven en de directeur als één partij moesten worden gezien. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Er was geen grond voor betaling van wettelijke rente.
Uitkomst: De vordering tot betaling van € 9.600 door gedaagde wordt afgewezen omdat de garantstelling is vervallen.