Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[de vader](hierna: de vader),
1.Het procesverloop
- een vertegenwoordigster van de Raad;
- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.
De feiten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een jonge minderjarige die sinds mei 2023 in een netwerkpleeggezin verblijft bij de zus van de vader en haar partner. De kinderrechter oordeelt dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door de problematische thuissituatie en het gebrek aan structureel en onbelast contact met de ouders.
De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit, maar hebben moeite met het accepteren van de hulpverlening en tonen een boos en onvriendelijk gedrag richting de pleegouders, wat de hechtingsrelatie van de minderjarige kan schaden. Hoewel de ouders positieve stappen hebben gezet en bereid zijn samen te werken, zijn deze ontwikkelingen nog pril en onvoldoende om de bedreiging weg te nemen.
De kinderrechter wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling toe voor twaalf maanden en verleent de machtiging tot uithuisplaatsing voor negen maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Er wordt een regievoerder aangewezen die de hulpverlening coördineert en de belangen van de minderjarige bewaakt. Binnen zes maanden moet duidelijk worden waar de minderjarige zal opgroeien, waarbij terugplaatsing bij de ouders alleen mogelijk is als aan voorwaarden wordt voldaan.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en verleent machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin met onmiddellijke uitvoerbaarheid.