Uitspraak
1.[gedaagde in conventie sub 1] ,
[gedaagde in conventie sub 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten een mondelinge koopovereenkomst waarbij eiser het bedrijf van gedaagden zou overnemen tegen een koopsom van €25.000, waarvan €15.000 reeds was betaald. Eiser stelde dat de overeenkomst vernietigbaar was wegens dwaling omdat gedaagden niet eerlijk waren over schulden van het bedrijf. Daarnaast voerde hij aan dat de betaling onverschuldigd was en dat gedaagden ongerechtvaardigd was verrijkt.
Gedaagden voerde verweer dat eiser een juist beeld had van de financiële situatie en dat de huurschuld bekend was en bovendien was kwijtgescholden. Ook stelde gedaagden dat eiser zich terugtrok en dat het bedrijf door gedaagden werd voortgezet. De rechtbank oordeelde dat de koopovereenkomst niet vernietigbaar is wegens dwaling omdat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij geen juist beeld had van de liquiditeit. Het beroep op onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking faalde eveneens.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende had toegelicht waarom hij recht zou hebben op terugbetaling van het betaalde bedrag. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door rechter Ponds en uitgesproken op 6 december 2023.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van €15.000 wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van dwaling of onverschuldigde betaling.