ECLI:NL:RBZWB:2023:9088
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Oomes
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorlopige kinderbijdrage na scheiding met internationale aspecten
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 december 2023 een verzoek tot vaststelling van een voorlopige kinderbijdrage. Partijen zijn van Poolse nationaliteit en zijn medio 2023 feitelijk uit elkaar gegaan. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is.
De behoefte van het minderjarige kind werd vastgesteld op €393 per maand, gebaseerd op het netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen in 2022, het laatste volledige jaar van samenwoning. De vrouw werkt als zelfstandig ondernemer met een geschatte winst van €24.837 per jaar, de man eveneens zelfstandig ondernemer met een winst van circa €55.000 per jaar.
De draagkracht van de vrouw werd berekend op €379 per maand, die van de man op €830 per maand. De verdeling van de kosten werd naar draagkracht berekend, resulterend in een kinderbijdrage van €270 voor de man. Gezien het huidige gebrek aan contact tussen de man en het kind werd een zorgkorting van 5% toegepast, waardoor de bijdrage werd vastgesteld op €250 per maand.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw tot vaststelling van de kinderbijdrage toe met ingang van de datum van de beschikking en wees overige verzoeken af. De rechtbank benadrukte dat partijen zich inspannen om tot een contactregeling te komen.
Uitkomst: De voorlopige kinderbijdrage van de man wordt vastgesteld op €250 per maand met ingang van de datum van de beschikking.