ECLI:NL:RBZWB:2023:9018
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen DNA-afname bij onttrekking minderjarige aan wettig gezag
De veroordeelde werd op 27 maart 2023 veroordeeld wegens het onttrekken van haar minderjarige dochter aan het wettig gezag, waarvoor een geheel voorwaardelijke taakstraf werd opgelegd. Het bezwaar richtte zich tegen het bepalen en verwerken van haar DNA-profiel, met een beroep op de uitzonderingsgrond van artikel 2, eerste lid, onder b van de Wet DNA.
De rechtbank oordeelde dat gezien de aard van het misdrijf, waarbij doorgaans geen celmateriaal wordt achtergelaten, en de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd, het belang van DNA-afname beperkt is. De veroordeelde was voor en na het delict niet eerder met justitie in aanraking geweest, en de kans op recidive werd als laag ingeschat door de reclassering.
Gelet op deze omstandigheden achtte de rechtbank de inbreuk op de onaantastbaarheid van het lichaam en de persoonlijke levenssfeer te groot en verklaarde het bezwaar gegrond. De rechtbank beval de officier van justitie het DNA-materiaal van de veroordeelde terstond te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname wordt gegrond verklaard en het DNA-materiaal wordt vernietigd.