Uitspraak
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.Het geschil en de beoordeling
3.De beslissing
€ 50,-.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kort geding procedure vordert eiser ontruiming van een pand en betaling van huurachterstand en bijkomende kosten. Eiser stelt dat gedaagden huurders zijn, maar dit is in de procedure niet komen vast te staan.
Gedaagden betwisten het huurderschap. Een werknemer van een derde partij verklaart dat deze derde partij het pand sinds november 2022 in gebruik heeft en de huur contant betaalt. Er is een koopovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat gedaagde 1 B.V. de huurovereenkomst heeft overgenomen, maar ook dat het pand mogelijk is doorverkocht aan deze derde partij.
Eiser heeft niet ingestemd met de derde partij als huurder en ontkent toestemming te hebben gegeven voor gebruik. Gelet op de onduidelijkheid over wie daadwerkelijk huurder is, is de vordering tot ontruiming en betaling afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagden.
Uitkomst: Vordering tot ontruiming en betaling van huurachterstand afgewezen wegens onduidelijkheid over huurderschap.