ECLI:NL:RBZWB:2023:8971
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- De Beer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorlopige zorgregeling en omgangsregeling onder toezicht Jeugdbescherming
De zaak betreft een verzoek van Stichting Jeugdbescherming West Zeeland om op grond van artikel 1:265g lid 1 BW een voorlopige verdeling van zorg- en opvoedingstaken vast te stellen voor twee minderjarige kinderen die onder toezicht staan van de GI sinds september 2022.
De kinderen wonen bij de moeder en er is sprake van een complexe situatie waarbij het contact met de vader, die recent een relatiebreuk heeft doorgemaakt en mogelijk psychische problemen vertoont, onder begeleiding moet plaatsvinden. De vader is niet verschenen bij de zitting maar is correct opgeroepen.
De kinderrechter wijst het verzoek toe en stelt vast dat de kinderen bij de moeder verblijven en dat de omgang met de vader in eerste instantie begeleid zal worden volgens een faseplan onder regie van de GI. Dit faseplan bestaat uit vijf fasen met een geleidelijke opbouw van contactmomenten, waarbij de belangen en het tempo van de kinderen leidend zijn.
De kinderrechter benadrukt dat het faseplan een streven is en dat onbegeleid contact alleen zal plaatsvinden als dat veilig en in het belang van de kinderen is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de noodzakelijke rust en stabiliteit voor de kinderen te waarborgen.
Uitkomst: De voorlopige zorg- en omgangsregeling wordt vastgesteld met verblijf bij de moeder en begeleide omgang onder regie van Jeugdbescherming West Zeeland.