ECLI:NL:RBZWB:2023:8950
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Huurachterstand leidt niet tot ontbinding en ontruiming van woning
De zaak betreft een geschil tussen verhuurster en huurster over een huurachterstand van circa 2,5 maand. Verhuurster vordert betaling van de achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Huurster erkent de achterstand maar stelt dat zij deze op korte termijn kan inlopen en wil graag in de woning blijven.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand tot en met september 2023 € 1.497,57 bedraagt en veroordeelt huurster tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente over een hoger bedrag vanaf de dag van dagvaarding. Ontbinding en ontruiming worden echter afgewezen, omdat huurster onweerlegbaar heeft gesteld dat zij betalingen heeft verricht en bereid is financiële ondersteuning te zoeken en meer te gaan werken.
De kantonrechter benadrukt dat bij een nieuwe huurachterstand in een volgende procedure ontbinding en ontruiming waarschijnlijk wel zullen volgen. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van € 122,74 toegewezen en wordt huurster veroordeeld in de proceskosten van € 893,48. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontbinding en ontruiming worden afgewezen; huurster wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand met rente en incassokosten.