Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2016, die sinds september 2023 in een pleeggezin verblijft. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, kampt met een drugsverslaving die de veiligheid en het welzijn van het kind in gevaar brengt.
De GI heeft aanvankelijk om een verlenging van twee maanden gevraagd om te beoordelen of de moeder haar verslaving onder controle kan houden, maar heeft dit verzoek later uitgebreid tot de duur van de ondertoezichtstelling vanwege nieuwe zorgen over het drugsgebruik van de moeder. De moeder heeft een terugval gehad en was niet direct open over haar gebruik, wat het vertrouwen tussen haar en de GI heeft geschaad.
De kinderrechter erkent de inzet van de moeder en de GI om het vertrouwen te herstellen, maar oordeelt dat het nog niet veilig is voor de minderjarige om terug te keren naar de moeder. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd tot 29 maart 2024, onder aanhouding van het restant van het verzoek. In deze periode moet duidelijk worden wie de gewenste drugstesten kan afnemen en of de moeder stappen zet om een gezond netwerk op te bouwen. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het belang van het kind.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 29 maart 2024 vanwege zorgen over het drugsgebruik van de moeder.