Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het nadere procesverloop
- de advocaat van de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds haar geboorte onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling (GI). De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en heeft sinds haar ontslag uit een zorginstelling aanzienlijke vooruitgang geboekt, maar ontvangt nog begeleiding van diverse instanties vanwege angst voor de vader.
De GI handhaaft het verzoek tot verlenging van twaalf maanden omdat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd. De moeder stemt in met de verlenging. De vader, die nog geen juridische positie heeft, is niet als belanghebbende erkend in deze procedure.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging is voldaan en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De ondertoezichtstelling wordt verlengd van 4 december 2023 tot 4 november 2024 om de ontwikkeling van de minderjarige te beschermen en de voortgang van de moeder te monitoren.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 4 november 2024 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.