Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 8 december 2023 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1991, na een verzoek van de officier van justitie. Het verzoek betrof het verlenen van verplichte zorg aansluitend op een voortzetting van een crisismaatregel, voor een periode van zes maanden. De verplichte zorg omvat onder meer het toedienen van medicatie, beperken van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, en opname in een accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling was betrokkene aanwezig, bijgestaan door zijn advocaat, evenals de GZ-psycholoog en een begeleider. De officier van justitie was niet aanwezig. Betrokkene gaf aan het psychiatrisch ziekenhuis te willen verlaten en geen bezwaar te hebben tegen medicatie, maar hij wenste terug te keren naar de gevangenis. De GZ-psycholoog verklaarde dat betrokkene nog steeds psychotische problematiek vertoont, recentelijk suïcidale handelingen heeft geprobeerd en dat verplichte zorg noodzakelijk is vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht en het risico op agressie en suïcide.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan diverse psychische stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, waaronder gevaar voor personen en goederen en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg is niet mogelijk vanwege het gebrek aan ziekte-inzicht en ambivalentie ten aanzien van medicatie. De voorgestelde verplichte zorg is noodzakelijk, evenredig en effectief om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank wees het verzoek om toediening van vocht en voeding af en bepaalde dat de machtiging geldt tot 8 juni 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorg om ernstig nadeel door psychische stoornis af te wenden.