Uitspraak
1.de vennootschap onder firma [gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2], en
3.
[gedaagde 3],
niet verschenen.
1.De procedure
- de mondelinge behandeling op 14 november 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kort geding procedure vordert eiser betaling van achterstallig loon over augustus en september 2023, vakantiegeld, wettelijke verhogingen, wettelijke rente, en nakoming van re-integratieverplichtingen van de vennootschap onder firma en haar vennoten. Gedaagden zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd.
De kantonrechter stelt vast dat de vordering niet is weersproken en dat het spoedeisend belang aanwezig is. Een vermeerdering van eis is buiten beschouwing gelaten vanwege het ontbreken van een tijdige kennisgeving aan gedaagden. De loonbetalingen vanaf oktober 2023 en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens niet opeisbaarheid en onvoldoende specificatie.
De kantonrechter veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van het achterstallige loon, vakantiegeld, wettelijke verhogingen en rente, tot afgifte van salarisspecificaties, en tot nakoming van re-integratieverplichtingen waaronder inschakeling van een arbo-dienst en aanmelding bij het UWV. Tevens worden dwangsommen opgelegd bij niet-nakoming. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten en de kosten van de gemachtigde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, wettelijke verhogingen, rente, nakoming van re-integratieverplichtingen en proceskosten.