ECLI:NL:RBZWB:2023:8706

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 december 2023
Publicatiedatum
14 december 2023
Zaaknummer
AWB- 23_3091
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking VOG-afwijzing wegens vrijspraak

Verzoeker stelde beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) door de minister voor Rechtsbescherming. De minister had de aanvraag aanvankelijk afgewezen omdat verzoeker werd verdacht van een delict. Na het instellen van beroep verklaarde de minister het bezwaar gegrond en verleende alsnog de VOG.

Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De minister verweerde zich met het standpunt dat de intrekking van het oorspronkelijke besluit niet onrechtmatig was, maar een coulancebesluit op basis van nieuwe informatie, namelijk de vrijspraak in de strafzaak.

De rechtbank oordeelde dat het intrekken van het besluit op grond van nieuwe informatie die na het oorspronkelijke besluit bekend werd, geen tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb vormt. Daarom kan de minister niet worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Het verzoek wordt afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de minister niet in de zin van de wet aan verzoeker is tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3091

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 december 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,

(gemachtigde: mr. I.A.C. Cools)
en

de minister voor Rechtsbescherming, verweerder.

Inleiding

1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 mei 2023. Met dat besluit heeft de minister verzoekers bezwaar tegen het besluit van 17 februari 2023 ongegrond verklaard. Met het besluit van 17 februari 2023 heeft de minister verzoekers aanvraag om hem een verklaring omtrent het gedrag (VOG) te verlenen, afgewezen, omdat eiser -kort gezegd- werd verdacht van een delict.
1.1.
Nadat verzoeker beroep heeft ingesteld heeft de minister verzoekers bezwaar vervolgens met het besluit van 11 juli 2023 gegrond verklaard. De minister heeft de eerdere afwijzing ingetrokken en verzoeker alsnog een VOG verleend.
1.2.
Naar aanleiding daarvan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en heeft hij de rechtbank verzocht de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de kosten voor rechtsbijstand.
1.3.
De minister heeft in reactie daarop aan de rechtbank medegedeeld dat er geen aanleiding bestaat voor een vergoeding van de proceskosten, omdat het eerdere besluit niet onrechtmatig was. Het besluit van 11 juli 2023 is alleen uit coulance en doelmatigheidsoverwegingen genomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2.1.
Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2.
De minister heeft het besluit ingetrokken naar aanleiding van de door eiser overgelegde vrijspraak van het feit waarvan hij ten tijde van het nemen van het besluit van 9 mei 2023 werd verdacht. Het gegeven dat eiser in de strafzaak is vrijgesproken is nieuwe informatie die pas na het nemen van het besluit van 9 mei 2023 bekend is geworden.
Uit vaste rechtspraak volgt dat er geen sprake is van tegemoetkomen als het nieuwe besluit is gebaseerd op de door betrokkene ná het oorspronkelijke besluit verstrekte informatie die een ander licht op de zaak werpt. [1] Daarvan is hier sprake.

Conclusie en gevolgen

3. Omdat de minister niet aan de bezwaren van verzoeker is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb kan hij niet worden veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Het verzoek om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van mr. W.J.C. Goorden, griffier, op 7 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, uitspraak van 5 november 1999, ECLI:NL:RVS:1999:AH6934, JB 2000/6