Uitspraak
2.Nadere feiten
De echtgenoten zijn verplicht aan elkaar te vergoeden hetgeen aan het vermogen van de ene echtgenoot is onttrokken ten bate van het vermogen van de andere echtgenoot, ten bedrage van of naar de waarde ten dage van de onttrekking. (…)
2. Indien het huwelijk vijf tot tien jaren heeft geduurd: twee vijf/tiende procent (2,5%);
3. Indien het huwelijk toen tot vijftien jaren heeft geduurd: vijf procent (5%);
De verschenen persoon sub b., hierna ook te noemen:de schuldenaar b., zal een bedrag uitkeren aan de verschenen persoon sub a., hierna ook te noemen:de schuldeiser sub a.. De hoogte van het bedrag zal worden vastgesteld op de wijze als hierna in lid 4 vermeld.
Het bedrag, dat zal worden uitgekeerd, is gelijk aan een percentage van het vermogen van de schuldenaar a. ten tijde van de echtscheiding of scheiding van tafel en bed, waarbij onder vermogen in dit artikel niet wordt begrepen:
2. Indien het huwelijk vijf tot tien jaren heeft geduurd: twee vijf/tiende procent (2,5%);
3. Indien het huwelijk toen tot vijftien jaren heeft geduurd: vijf procent (5%);
De door de verschenen personen op grond van dit artikel aan elkaar uit te keren bedragen mogen met elkaar worden verrekend.
Bij de ontbinding van het huwelijk door echtscheiding of bij scheiding van tafel en bed zullen de door de echtgenoten tijdens het huwelijk of tot de scheiding van tafel en bed opgebouwde pensionrechten op ouderdomspensioen worden verevend conform het bepaalde in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.