Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het (verdere) procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging te verlenen voor opname en verblijf van cliënt voor zes maanden op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). Na een eerder aangehouden procedure werd een onafhankelijk expertiseonderzoek uitgevoerd, waaruit bleek dat cliënt lijdt aan een depressieve stoornis en een apathiesyndroom gerelateerd aan de ziekte van Huntington.
Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden bij cliënt thuis, waren cliënt, zijn advocaat en echtgenote aanwezig. De behandelaar van cliënt was ondanks oproep niet aanwezig. Uit het onderzoek en de behandeling bleek dat cliënt bereid is zich vrijwillig op te laten nemen voor observatie gedurende enkele weken, en dat een onvrijwillige opname niet gerechtvaardigd is omdat het beter gaat met cliënt en zijn echtgenote de zorg kan dragen.
De rechtbank oordeelde dat opname ter observatie noodzakelijk is, maar dat cliënt dit in een vrijwillig kader wil en kan accepteren. Gezien het ontbreken van ernstig nadeel en de verbeterde situatie van cliënt, acht de rechtbank een rechterlijke machtiging niet nodig en wijst het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen omdat cliënt vrijwillig wil meewerken en er geen ernstig nadeel is.