Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
via telefonisch horen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 november 2023 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis. Betrokkene verbleef in een zorginstelling na een incident waarbij zij haar echtgenoot buitensloot, wat politie-ingrijpen noodzakelijk maakte.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, een verpleegkundig specialist, een verpleegkundige en haar zoon gehoord. De advocaat en betrokkene zelf verzetten zich tegen voortzetting van de maatregel, stellende dat er geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is en dat betrokkene liever thuis ambulante hulp ontvangt. De zorgverleners benadrukten de noodzaak van medicatie en nazorg, mede vanwege de ontregelde slaappatronen en taalbarrière.
De rechtbank concludeerde dat ondanks de psychische problematiek en het recente incident, de familie de situatie thuis kan dragen en dat praktische maatregelen het risico op herhaling kunnen beperken. De opname in de instelling bleek door taalproblemen moeizaam en niet effectief. Er is onvoldoende bewijs voor onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waardoor niet aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel wordt voldaan.
De rechtbank wees het verzoek daarom af en sprak de hoop uit dat betrokkene in haar thuissituatie met passende medicatie spoedig zal stabiliseren. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.