Uitspraak
2.De verzoeken
3.De beoordeling
4.De beslissing
voorlopigezorgregeling gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op de wijze zoals weergegeven in rechtsoverweging 3.7.;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak verzoeken beide partijen het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de toevertrouwing van hun minderjarige kind. De vrouw had de woning noodgedwongen verlaten en verblijft tijdelijk bij een vriendin, terwijl de man vanuit de woning werkt. De rechtbank maakt een belangenafweging en oordeelt dat het belang van de vrouw bij het uitsluitend gebruik van de woning zwaarder weegt, mede omdat de man een alternatief heeft bij zijn ouders.
De rechtbank vertrouwt het kind toe aan de vrouw, aansluitend bij het toegekende gebruik van de woning. Partijen hebben onderling afspraken gemaakt over een zorgregeling waarbij het kind doordeweeks verdeeld verblijft en de regeling per 17 november 2023 ingaat.
Ten aanzien van kinderalimentatie stelt de rechtbank de behoefte van het kind vast op €668 per maand en berekent de draagkracht van beide ouders. De man wordt veroordeeld tot betaling van €104 per maand aan de vrouw, rekening houdend met een zorgkorting van 35%. De man moet de woning binnen vier weken verlaten. Het verzoek van de man tot uitsluitend gebruik van de woning en toevertrouwing wordt afgewezen.
Uitkomst: De vrouw krijgt het uitsluitend gebruik van de woning en de toevertrouwing van het kind; de man moet binnen vier weken de woning verlaten en €104 per maand kinderalimentatie betalen.