Op 10 november 2022 hebben twee minderjarige verdachten samen een straatroof gepleegd in St. Willebrord. Onder het voorwendsel van de verkoop van vuurwerk werd het slachtoffer naar een steeg geleid, waar hij met geweld en bedreiging met een mes werd gedwongen geld te pinnen. Verdachte en zijn medeverdachte pakten vervolgens ook een boxspeaker van het slachtoffer.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleger was van afpersing door geweld en bedreiging en van diefstal in vereniging. Verdachte ontkende een nauwe samenwerking en het gebruik van geweld, maar de verklaringen van het slachtoffer, de medeverdachte en de eerste verklaring van verdachte zelf ondersteunden de bewezenverklaring.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 120 uur met aftrek van voorlopige hechtenis en vervangende jeugddetentie van 60 dagen. Een voorwaardelijke jeugddetentie werd niet passend geacht. Daarnaast werd verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een schadevergoeding van € 1.209,99 aan het slachtoffer, inclusief materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente.
De Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering onderschreven het lage recidiverisico en het positieve functioneren van verdachte, waardoor een leerstraf en toezicht niet noodzakelijk werden geacht. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten en het preventieve belang van de opgelegde straf.