Op 25 juni 2022 werd verdachte betrapt als bijrijder in een voertuig met ongeveer 3,8 kilo amfetamine die bestemd was voor uitvoer naar Frankrijk. De rechtbank oordeelde dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de drugs en beschikkingsmacht daarover bezat. De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat de concentratie van de werkzame stof laag was, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank stelde vast dat de doorzoeking van het voertuig rechtmatig was gestart na het waarnemen van een ingetaped blok in een open tas. De hoeveelheid drugs werd vastgesteld op circa 3,8 kilo, ongeacht de lage concentratie van amfetamine per pil. Verdachte werd veroordeeld voor verlengde uitvoer van harddrugs, waarbij het niet vereist is dat de drugs daadwerkelijk Nederland hebben verlaten.
De rechtbank beschouwde het feit als ernstig vanwege de schadelijke effecten van harddrugs en de internationale criminaliteit die ermee samenhangt. Gezien het blanco strafblad en de lage concentratie werd afgeweken van het standaard strafmaatkader en werd een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. De inbeslaggenomen drugs werden onttrokken aan het verkeer.