Uitspraak
1.De stukken
2.De procesgang
3.Het advies van de tbs-instelling
4.Het standpunt van de officier van justitie
5.Het standpunt van de verdediging
6.Het oordeel van de rechtbank
7.De beslissing
1 jaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is sinds 2007 ter beschikking gesteld met verpleging vanwege een misdrijf als bedoeld in artikel 38e Sr. De tbs is reeds meerdere malen verlengd, laatstelijk in 2021 voor twee jaar. De tbs-instelling adviseert een verlenging van twee jaar vanwege blijvende psychiatrische problematiek en risico op terugval in gewelddadig gedrag. Betrokkene lijdt aan schizofrenie met een actief waansysteem en een depressieve stoornis, deels in remissie.
De fysieke gesteldheid van betrokkene is echter sterk verslechterd, waardoor hij intensieve hulp nodig heeft die niet in de huidige kliniek kan worden geboden. De deskundige benadrukt dat ondanks medicamenteuze behandeling de waanovertuigingen blijven bestaan en het risico op agressie aanwezig is. De officier van justitie steunt de verlenging van twee jaar, maar erkent de vraag of betrokkene nog een gevaar vormt gezien zijn fysieke toestand.
De verdediging verzet zich tegen verlenging en stelt dat betrokkene geen gevaar meer vormt en graag naar familie wil. De rechtbank overweegt dat verlenging alleen mogelijk is als het recidivegevaar nog aanwezig is en voortvloeit uit een ziekelijke stoornis. Gezien de fysieke teloorgang wijkt de rechtbank af van de gebruikelijke tweejarige verlenging en verlengt de tbs met één jaar om de situatie opnieuw te kunnen beoordelen en te bepalen of het forensische tbs-kader nog passend is of het civielrechtelijke Wvggz-kader als alternatief kan dienen.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met verpleging met één jaar vanwege onduidelijkheid over het gevaar dat betrokkene nog vormt voor anderen.