ECLI:NL:RBZWB:2023:8475

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 november 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
23-010584
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding voor kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak

Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend ex artikel 530 Sv Pro voor vergoeding van kosten rechtsbijstand na sepot van zijn strafzaak op 25 januari 2023. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op 6 november 2023 in de raadkamer, waarbij de officier van justitie en de gemachtigde advocaat van verzoeker zijn gehoord. Verzoeker zelf was niet aanwezig.

De advocaat heeft toegelicht dat vanwege de taalbarrière extra tijd is besteed aan het vertalen van stukken, waaronder de sepotbrief die verzoeker pas op 14 februari 2023 ontving. De officier van justitie stelde dat het gevraagde bedrag niet in verhouding stond tot de complexiteit van de zaak en dat na het sepot nog werkzaamheden waren verricht.

De rechtbank oordeelde dat het gevraagde bedrag van €2.238,50 niet bovenmatig was, maar bracht een korting aan van 0,20 uren. Daarnaast werd een forfaitaire vergoeding van €680,00 toegekend voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift in de raadkamer. De totale vergoeding werd vastgesteld op €2.626,90 en zal worden overgemaakt aan de gemachtigde advocaat.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand deels toegewezen tot €2.626,90 na sepot strafzaak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-024433-23
rk-nummer: 23-010584
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 26 april 2023, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1976
wonende op het [woonadres]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M. Eekhout, advocaat te Amsterdam op het adres Amstelveld 7, 1017 JD Amsterdam.
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 2.238,50, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 25 januari 2023;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 6 november 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. G. Smid, en mr. Eekhout als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat de strafzaak tegen hem op 25 januari 2023 is geseponeerd. Verzoeker stelt kosten voor rechtsbijstand te hebben gemaakt en verzoekt daarvoor een vergoeding van € 2.238,50 toe te kennen, te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift.
In raadkamer heeft de advocaat aangevoerd dat verzoeker de Nederlandse taal niet machtig is, waardoor er tijd is besteed aan het vertalen van de stukken. Na het sepot is tijd besteed aan het vertalen van de sepotbrief die verzoeker eveneens in het Nederlands heeft ontvangen. Verzoeker is daardoor pas op 14 februari 2023 op de hoogte geraakt van de inhoud van die brief.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevraagde vergoeding voor de kosten voor rechtsbijstand moet worden gematigd. Daartoe voert hij aan dat het aantal uren dat aan de strafzaak is besteed en het bijbehorende uurtarief dat is gehanteerd, niet in verhouding staan tot de complexiteit van de strafzaak en de omvang van het dossier. Bovendien heeft de raadsvrouw na sepot nog diverse werkzaamheden verricht.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gelet op de aard en de omvang van de zaak en het aantal uren dat doorgaans met soortgelijke strafzaken is gemoeid, acht de rechtbank het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van € 2.238,50 niet bovenmatig, gelet op het pleidooi van de raadsvrouw over de problematische communicatie in verband met de nationaliteit en verblijfplaats van verzoeker. Wel zal de rechtbank 0,20 uren in mindering brengen, nu de raadsvrouw zulks heeft bepleit. Gelet op vorenstaande en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, zal de rechtbank op gronden van billijkheid een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand toekennen tot een bedrag van
€ 1.946,90.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 2.626,90, bestaande uit:
- € 1.946,90 aan kosten van rechtsbijstand; en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 2.626,90zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van Gessel Advocaten, onder vermelding van [kenmerk] ”.
Deze beslissing is op 20 november 2023 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).