Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 10 oktober 2023 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het plegen van ontuchtige handelingen met een toen dertienjarig meisje op 21 juli 2020. De officier van justitie achtte de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege onvoldoende bewijs en een plausibele ontkenning van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte erkende aan de deur van de woning te zijn geweest met het oog op seksuele handelingen, hij ontkende dat deze handelingen daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. Er kon op basis van het dossier niet worden vastgesteld welke ontuchtige handelingen zouden zijn verricht, waardoor wettig bewijs ontbrak.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van in totaal €5.118,-, maar aangezien verdachte werd vrijgesproken, verklaarde de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De rechtbank sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde feit en veroordeelde de benadeelde partij in de kosten van verdachte, die nihil bleven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs voor ontuchtige handelingen met minderjarige.