Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Op de bewuste dag, 1 oktober 2022, was verdachte naar [naam] gegaan, in de veronderstelling dat zij hun relatie weer nieuw leven in konden blazen. Toen hij daar was kwam aangever langs. Verdachte wist niet waarom aangever aan de deur stond, omdat hij ervan uit was gegaan dat de relatie die [naam] met aangever had voorbij was. Nadat er een woordenwisseling had plaatsgevonden tussen aangever en de dochter van [naam] en verdachte, is [naam] met aangever weggegaan uit de woning. Verdachte bleef achter in de woning van [naam] . Op dat moment stortte zijn wereld in. Hij had het gevoel dat hij was voorgelogen door [naam] en hij zag de kans op hereniging met zijn gezin verdwijnen. Hij dronk toen vier of vijf glazen Bacardi , nadat hij eerder op de dag ook al vier tot vijf blikjes bier had gedronken. Hierna is hij [naam] gaan zoeken op straat, bij buren en bij de broer van [naam] . Daarna is hij teruggegaan naar de woning. Toen [naam] daar naar binnen kwam om haar tas te pakken is verdachte naar buiten gerend. Hij wilde aangever, die nog in zijn auto zat, duidelijk maken dat hij weg moest blijven van zijn gezin. Om zijn woorden kracht bij te zetten had hij een mes meegenomen dat al op de tafel lag. Vanaf dat moment kan verdachte zich niet meer herinneren wat er is gebeurd.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
- de kosten voor de ergotherapie (€ 138,65);
- de schade aan de auto (verhoging naar € 4.840,- na eerder gevorderd bedrag van
Nader onderzoek hiernaar vormt naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafproces. Omdat door de bij productie 14 bijgevoegde foto aannemelijk is gemaakt dat er wel schade is ontstaan aan de auto door het handelen van verdachte zal de rechtbank het eerder gevorderde bedrag van € 80,- toewijzen. De rechtbank zal verdachte voor deze schadepost ten aanzien van het meergevorderde niet-ontvankelijk verklaren.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het primair tenlastegelegde feit;
Subsidiair Poging tot doodslag;
een gevangenisstraf van 3,5 (drieënhalf) jaar;