ECLI:NL:RBZWB:2023:8229
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Combee
- Rechtspraak.nl
Voorlopige omgangsregeling vastgesteld tussen vader en minderjarige kind
Partijen, die een affectieve relatie hadden waaruit een minderjarig kind is geboren, zijn in geschil geraakt over de omgangsregeling. De man heeft het kind niet erkend en de vrouw heeft het eenhoofdig ouderlijk gezag. De omgang tussen de man en het kind verliep aanvankelijk moeizaam maar was redelijk structureel totdat de vrouw de regeling stopzette zonder opgaaf van reden.
De man vordert een omgangsregeling waarbij het kind om de twee weken in het weekend en de helft van de schoolvakanties bij hem verblijft. De vrouw betwist dit en wenst een uitgebreidere regeling met meer contactmomenten en stelt dat de man onvoldoende verantwoordelijkheid neemt. Ook is er een geschil over voorlopige kinderalimentatie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van het kind bij omgang vaststaat en dat partijen een voorlopige regeling overeenkwamen die binnen een maand zal starten. Tevens wordt afgesproken dat partijen hulp zullen zoeken voor betere communicatie en verdere afspraken. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt een voorlopige omgangsregeling vast waarbij de man het kind om de twee weken in het weekend en de helft van de vakanties mag zien.