ECLI:NL:RBZWB:2023:8166

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 november 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
10333476 CV EXPL 23-551 (H)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Tilman-Knoester
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel van rekenfout in vonnis tussen Security Monitoring Centre B.V. en VOF

In deze zaak verzocht Security Monitoring Centre B.V. (SMC) om herstel van het vonnis van 6 september 2023 wegens een kennelijke rekenfout in de opgenomen bedragen in het dictum. De VOF, tegenpartij, reageerde niet inhoudelijk op het herstelverzoek maar uitte wel haar onvrede over de procedure en de uitkomst.

De kantonrechter oordeelde dat er inderdaad sprake was van een eenvoudige en duidelijke fout die hersteld kon worden op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De bedragen in het dictum werden daarom aangepast van € 390,93 naar € 420,93 en van € 336,03 naar € 366,03.

De rechtbank benadrukte dat het niet eens zijn met de uitkomst van de procedure geen beletsel vormt voor het herstelverzoek. Tevens werd bevestigd dat de VOF voldoende gelegenheid had gekregen om haar standpunt naar voren te brengen, onder meer door de mogelijkheid te reageren op de door SMC ingediende akte.

Het herstelvonnis werd op 8 november 2023 gewezen door mr. Tilman-Knoester en aan het oorspronkelijke vonnis gehecht, zodat beide vonnissen als één geheel worden beschouwd.

Uitkomst: Het herstelverzoek wordt toegewezen en de bedragen in het dictum van het vonnis worden aangepast.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
Zaaknummer: 10333476 CV EXPL 23-551
(herstel)vonnis d.d. 8 november 2023
inzake
de besloten vennootschap SECURITY MONITORING CENTRE B.V.,
statutair gevestigd te Tiel ,
eisende partij,
gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders te Bergen op Zoom ,
tegen

1.de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] ,

gevestigd en kantoorhoudende te [adres] ,
2. [gedaagde sub 2] ,vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [adres] ,
3. [gedaagde sub 3] ,vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [adres] ,
gedaagde partijen,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna SMC en de VOF (in vrouwelijk enkelvoud) genoemd.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het vonnis van de kantonrechter te Tilburg van 6 september 2023, met de daarin genoemde stukken;
b. de brief van 21 september 2023 van de gemachtigde van SMC;
c. de brieven van de griffier van 3 oktober 2023;
d. het e-mailbericht van 24 oktober 2023 van de VOF.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
De gemachtigde van SMC heeft bij brief van 21 september 2023 verzocht om herstel van voormeld vonnis. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit het lichaam van het vonnis volgt dat de verkeerde bedragen in het dictum zijn opgenomen.
2.2
De VOF is in de gelegenheid gesteld op het herstelverzoek te reageren. Zij heeft bij voornoemd e-mailbericht niet inhoudelijk op het herstelverzoek gereageerd. Zij geeft aan hoe het procesverloop in haar ogen is verlopen, waarbij zij zich afvraagt of zij niet te kort is gedaan door de rechtbank. Daarnaast is zij van mening dat er geen rekening is gehouden met haar standpunt.
2.3
De kantonrechter is met betrekking tot het herstelverzoek van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout, die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Uit het lichaam van de dagvaarding volgt immers duidelijk dat de in het dictum genoemde bedragen onjuist zijn.
2.4
De kantonrechter overweegt voor het overige dat het begrijpelijk is dat de VOF het niet eens is met de uitkomst van de procedure, maar dat dit niet van belang is voor de beoordeling van het herstelverzoek. Voor de volledigheid merkt de kantonrechter het volgende op. Voor zover de VOF met haar stelling, dat zij geen proceshandelingen meer hoefde te verrichten en niet meer hoefde te verschijnen, doelt op de mededelingen in de brief van de rechtbank van 12 april 2023, gold dit tot aan het vonnis van 31 mei 2023. Uit dat vonnis volgt immers dat haar standpunt in de beoordeling is meegenomen en dat dientengevolge nog geen eindvonnis kon worden gewezen. Tevens volgt uit dat vonnis dat de VOF in de gelegenheid wordt gesteld op de door SMC ingediende akte te reageren. Bij brief van 28 juni 2023 is zij daar ook toe in de gelegenheid gesteld.
2.5
Beslist wordt als volgt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
volhardt bij de inhoud van het tussen partijen op 31 mei 2023 gewezen vonnis met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat de in de beslissing opgenomen bedragen worden aangepast:
  • van € 390,93 naar € 420,93;
  • van € 336,03 naar € 366,03;
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 8 november 2023 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 6 september 2023;
bepaalt dat de griffier dit vonnis hecht aan de minuut van het vonnis van 6 september 2023 en van deze vonnissen als één geheel afschrift respectievelijk grosse verstrekt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2023.