Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 17 november 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres was sinds 23 juni 2021 arbeidsongeschikt wegens reumatoïde artritis en kreeg vanaf 26 november 2021 een Ziektewetuitkering toegekend. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde het UWV dat zij in staat was passende arbeid te verrichten en beëindigde de uitkering per 18 november 2022. Eiseres maakte bezwaar en voerde aan dat haar medische situatie was verslechterd en dat het UWV onvoldoende recente medische informatie had meegenomen.
De rechtbank stelde vast dat het UWV de beperkingen van eiseres zorgvuldig had vastgesteld op basis van rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die ook rekening hielden met medische informatie van de reumatoloog tot de datum in geding. De aanvullende medische informatie van de reumatoloog van 31 mei 2023 zag op een latere datum en kon daarom niet worden meegenomen.
De arbeidsdeskundige van het UWV had passende functies geselecteerd die eiseres, gezien haar beperkingen, zou kunnen vervullen. Eiseres voerde geen concrete arbeidskundige gronden aan tegen deze functies. De rechtbank concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist was vastgesteld op minder dan 35%, waardoor het recht op Ziektewetuitkering verviel.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en zij kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.M.L.E. Ides Peeters op 17 november 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 18 november 2022.