Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
[minderjarige01], geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2018, hierna te noemen: [minderjarige01] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn ouders van een minderjarige die bij de moeder woont. De rechtbank had op 19 oktober 2023 een voorlopige omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader begeleide omgang met het kind heeft, met het doel om dit later onbegeleid te laten plaatsvinden.
De vader vordert nakoming van deze regeling omdat de moeder weigert mee te werken aan de uitvoering, ondanks dat hulpverleners aangeven dat onbegeleide omgang mogelijk is. De moeder stelt dat de afspraken te snel gaan en uit zorgen voor het kind weigert zij onbegeleide omgang thuis toe te staan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de moeder de vastgestelde omgangsregeling moet naleven. Het derde begeleide omgangsmoment moet plaatsvinden bij de vader thuis, waarna onbegeleide omgang kan volgen. De moeder wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €50 per overtreding, met een maximum van €5.000, om naleving af te dwingen. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Moeder wordt veroordeeld tot nakoming van de omgangsregeling met een dwangsom van €50 per overtreding, met een maximum van €5.000.