ECLI:NL:RBZWB:2023:805
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 2 juli 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder had uiterlijk op 2 januari 2022 moeten beslissen, met een mogelijke verlenging tot 2 juli 2022. Verweerder stelde de termijn op 29 december 2021 met zes maanden verlengd.
Eiseres stelde verweerder op 28 juni 2022 in gebreke, welke ingebrekestelling op 1 juli 2022 werd ontvangen. Hoewel dit net vóór het verstrijken van de beslistermijn was, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk en gegrond omdat verweerder niet tijdig heeft beslist.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Verweerder moet het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst een langere termijn dan twee weken toe vanwege het grote aantal verzoeken, maar wijst het verzoek tot verlenging van de termijn wegens vertraging door eiseres af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen negen weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.