Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene01] ,geboren op [geboortedatum01] 1977 te [geboorteplaats01] ,
tot en met 6 mei 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 6 november 2023 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een schizoaffectieve stoornis met stemmingsstoornissen en manisch psychotische episodes. Betrokkene ontkent de stoornis en weigert de voorgeschreven depotmedicatie, die hij als schadelijk ervaart. De rechtbank baseert zich op medische verklaringen, waaronder een second opinion, en constateert dat betrokkene wilsonbekwaam is ten aanzien van de behandeling.
Betrokkene verblijft sinds elf maanden bij een zorginstelling en heeft zich aan regels gehouden, maar heeft geen ziekte-inzicht en vertoont gedrag dat ernstig nadeel veroorzaakt, zoals agressie en verward gedrag. De behandelaar acht verplichte zorg noodzakelijk, hoewel sommige vormen zoals toediening van vocht en voeding niet nodig zijn. Betrokkene heeft een zelfbindingsverklaring opgesteld die nog niet is beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, korter dan het door de officier van justitie gevraagde, mede vanwege betrokkene's initiatief tot zelfbindingsverklaring. De machtiging omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie.
De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af. Tegen de beschikking staat cassatie open. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt op 20 november 2023.
Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor zes maanden met verplichte zorg aan betrokkene met schizoaffectieve stoornis.