Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag
- samendrukkend (uitwendig mechanisch) geweld uit te oefenen op de hals en keel van die [slachtoffer] en
- meermalen met gereedschappen en andersoortige voorwerpen op/tegen het gezicht en op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en
- meermalen op/tegen het gezicht en op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan, stompen, trappen en/of schoppen en
- meermalen met één of meerdere steekvoorwerpen en/of snijvoorwerpen te snijden en/of steken in het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] .
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De vordering tot tenuitvoerlegging 02/158019-21
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 8 jaar;
terbeschikkingstellingvan verdachte,
met verplegingvan overheidswege;
Vordering tenuitvoerlegging
€ 22.878,80waarvan € 5.378,80 aan materiële schade en € 17.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 met betrekking tot de materiële schade van € 5.378,80 en vanaf 28 april 2022 met betrekking tot de immateriële schade van € 17.500,- tot aan de dag der algehele voldoening;
149 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
€ 20.000,-aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2022, tot aan de dag der algehele voldoening;
135 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;