ECLI:NL:RBZWB:2023:7943

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
16 november 2023
Zaaknummer
AWB- 23_2556
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 AwbArt. 3:15a BWArt. 3 onderdeel 10 eIDAS-Verordening
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtsgeldige machtiging

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 november 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres beroep instelde tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda van 14 maart 2023.

De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat de gemachtigde van eiseres, mr. J.C. Kotteman, geen rechtsgeldige machtiging heeft overgelegd. Ondanks meerdere verzoeken om dit verzuim binnen vier weken te herstellen, is geen geldige machtiging ingediend.

De ingediende elektronische handtekening op het machtigingsformulier voldeed niet aan de vereisten van artikel 3:15a BW en de eIDAS-verordening, waardoor de handtekening niet verifieerbaar was. Dit vormde geen verontschuldiging voor het verzuim.

Daarom werd het beroep niet inhoudelijk beoordeeld en bleef het bestreden besluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2556

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.C. Kotteman),
en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 14 maart 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat mr. J.C. Kotteman geen rechtsgeldige machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een rechtsgeldige machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een rechtsgeldige machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door mr. J.C. Kotteman. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van [eiseres] . Bij zijn beroepschrift heeft mr. J.C. Kotteman als bijlage een schriftelijke machtiging overgelegd. Deze schriftelijke machtiging is echter geen rechtsgeldige machtiging waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit het beroep in te stellen namens [eiseres] . De rechtbank heeft hem bij brief van 25 april 2023 en bij aangetekende brieven van 23 juni 2023 en 27 juli 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. mr. J.C. Kotteman heeft binnen die termijnen geen rechtsgeldige machtiging ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een rechtsgeldige machtiging verontschuldigbaar?
5. mr. J.C. Kotteman heeft hiervoor de volgende reden gegeven. De volmacht die is overgelegd is een persoonlijk ondertekend machtgingsformulier. De handtekening is elektronisch gezet en deze elektronische handtekening wordt gelijkgesteld met een handgeschreven handtekening op basis van artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek (BW) jo. artikel 3 sub Pro 10 eIDAS-Verordening. Daarnaast kwalificeert de volmacht als machtigingsformulier, gezien het feit dat de machtiging uitgebreid wordt uitgelegd en gedefinieerd.
6. Dat is geen verontschuldiging voor dit verzuim. Anders dan mr. J.C. Kotteman meent is er geen sprake van een persoonlijk ondertekend machtigingsformulier. Uit de ingediende volmacht blijkt niet welke methode is gebruikt voor de elektronische handtekening. Het gevolg hiervan is dat de handtekening niet verifieerbaar is voor de rechtbank. Gelet op de geldende regelgeving, met name artikel 3:15a van het BW in combinatie met artikel 3 onderdeel Pro 10 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees parlement en de raad van 23 juli 2014, is dat wel vereist. Uit het beroepschrift blijkt dat mr. J.C. Kotteman niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 10 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.