ECLI:NL:RBZWB:2023:7913

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 november 2023
Publicatiedatum
15 november 2023
Zaaknummer
AWB- 23_3124
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:2 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:92 AwbArt. 8:94 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige overheidsdaad niet-ontvankelijk verklaard

Op 6 juni 2023 diende verzoeker een verzoekschrift in bij de bestuursrechter waarin hij verschillende overheidsinstanties aansprakelijk stelde voor schade die hij en zijn vrouw zouden hebben geleden. De schade zou zijn veroorzaakt door handelingen van onder meer de gemeente Tilburg, de Staat der Nederlanden, de Belastingdienst, politie, openbaar ministerie en Fiod, met gevolgen voor hun gezondheid en financiën.

De bestuursrechter stelde vast dat het verzoekschrift en de daaropvolgende aanvullingen niet voldeden aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat niet duidelijk was welke specifieke schadeoorzaak aan de basis lag van de vordering. Ondanks een verzoek tot nadere specificatie en meerdere reacties van verzoeker bleef de aanduiding van de schadeoorzaak onduidelijk.

Daarom kon het verzoek niet inhoudelijk worden beoordeeld en werd het niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast wees de rechtbank erop dat voor onrechtmatige feitelijke handelingen, zoals beslagleggingen in strafrechtelijke procedures, een civiele procedure gevolgd moet worden.

De uitspraak werd gedaan door rechter J. van Alphen op 6 november 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een specifieke aanduiding van de schadeoorzaak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3124

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2023 in de zaak van

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker.

Inleiding

Op 6 juni 2023 heeft verzoeker digitaal een verzoekschrift ingediend bij de bestuursrechter, waarin verzoeker verschillende overheidsinstanties aansprakelijk stelt.

Beoordeling door de rechtbank

1. De bestuursrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. [1]
2. Verzoeker heeft een verzoekschrift en meerdere aanvullingen daarop ingediend. Daarnaast heeft verzoeker een grote hoeveelheid bijlagen overgelegd. De bestuursrechter stelt vast dat verzoeker in zijn stukken schrijft dat hij en zijn vrouw schade hebben geleden als gevolg van handelingen van verschillende overheidsinstanties, waaronder de gemeente Tilburg, de Staat der Nederlanden, de Belastingdienst (Eindhoven), de politie, het openbaar ministerie en de Fiod. Volgens verzoeker zijn bij hem en zijn vrouw gezondheidsproblemen en financiële problemen ontstaan als gevolg van die handelingen.
3. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) [2] is bepaald dat de bestuursrechter bevoegd is op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van de volgende schadeoorzaken: (a.) een onrechtmatig besluit; (b.) een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit; (c.) het niet tijdig nemen van een besluit; (d.) een andere onrechtmatige handeling van een bestuursorgaan waarbij een persoon als bedoeld in artikel 8:2, eerste lid, onder a, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden belanghebbende zijn. In de Awb [3] is daarnaast bepaald dat het verzoekschrift waarin wordt verzocht om schadevergoeding een aanduiding moet bevatten van de schadeoorzaak.
4. Uit het verzoekschrift, de aanvullingen daarop en het omvangrijk aantal bijlagen heeft de bestuursrechter niet kunnen afleiden als gevolg van welke specifieke schadeoorzaak verzoeker de door hem gestelde schade heeft geleden. Bij brief van 22 juni 2023 heeft de bestuursrechter verzoeker daarom verzocht om nader te specificeren waardoor hij schade heeft geleden en door welke overheidsinstantie die schade is veroorzaakt. De bestuursrechter heeft daar verschillende reacties op ontvangen, met opnieuw bij iedere reactie een grote hoeveelheid bijlagen. In de reacties is wederom niet specifiek aangeduid van welke schadeoorzaak sprake is.
5. Omdat de door de bestuursrechter gevraagde aanduiding van de schadeoorzaak niet is gespecificeerd door verzoeker, voldoet het verzoek om schadevergoeding niet aan de in de Awb gestelde eisen. Daarom kan het verzoek niet worden beoordeeld door de bestuursrechter. Het verzoek om schadevergoeding is dus niet-ontvankelijk. [4]
6. Voor zover verzoeker heeft bedoeld om de genoemde overheidsinstanties aansprakelijk te stellen vanwege door hem gestelde onrechtmatig feitelijke handelingen (in de vorm van o.a. beslagleggingen in het kader van een strafrechtelijke procedure) overweegt de bestuursrechter dat verzoeker daarvoor een vordering in kan dienen bij de civiele rechter.

Beslissing

De bestuursrechter verklaart het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 6 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:54 in Pro verbinding met artikel 8:94, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
3.Artikel 8:92, eerste lid, onder c, van de Awb
4.Met toepassing van artikel 8:94, eerste lid, in samenhang met artikel 6:6 van Pro de Awb.