Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
opzethad om, al dan niet in voorwaardelijke vorm, [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
voorwaardelijk opzetgeldt dat sprake moet zijn van een bewuste aanvaarding door verdachte van de aanmerkelijke kans op het gevolg. De beantwoording van de vraag of de gedraging van verdachte de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Daarvoor is onder meer van belang de kracht waarmee is geslagen, het voorwerp waarmee is geslagen en de plaats(en) waar het slachtoffer is geraakt. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Daarbij kunnen bepaalde gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer te zijn gericht op een bepaald gevolg, dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.
5.De strafbaarheid
6.Oplegging van een maatregel
.Hiervan kan sprake zijn bij verdachten die minder delictgevaarlijk zijn, enig ziektebesef en ziekte-inzicht tonen en gemotiveerd zijn voor een behandeling. Naar het oordeel van de rechtbank is daar bij verdachte geen sprake van. Daarnaast heeft verdachte zich niet bereid verklaard om mee te werken aan de voorwaarden, hetgeen noodzakelijk is voor het opleggen van een tbs met voorwaarden.