Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 2 maart 2022 en de daarin genoemde stukken,
- de conclusie van repliek in conventie, antwoord in reconventie, tevens houdende wijziging c.q. vermeerdering van eis met producties K t/m QQ,
- de conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie houdende een vermindering van eis,
- de conclusie van dupliek in reconventie met producties RR t/m SS.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
- de originele eigendomsakte van de woning in [plaats 2] ;
- de originele hypotheekakte van de hypothecaire geldlening bij ABN AMRO Bank;
- de originele eigendomsakte van de vakantiewoning in [plaats 1] ;
- de aanslagen gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen/WOZ beschikking 2014, 2015, 2016, 2020 en 2021 van Belastingsamenwerking West-Brabant inclusief betaalbewijzen voor de woning in [plaats 2] ;
- de betaalbewijzen van de aanslagen gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen/WOZ beschikking 2017, 2018, 2019 en 2022 van Belastingsamenwerking West-Brabant voor de woning in [plaats 2] ;
4.De beoordeling
- de originele eigendomsakte van de woning in [plaats 2] ;
- de originele hypotheekakte van de hypothecaire geldlening bij ABN AMRO Bank;
- de originele eigendomsakte van de vakantiewoning in [plaats 1] ;
- de aanslagen gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen/WOZ beschikking 2014, 2015, 2016, 2020 en 2021 van Belastingsamenwerking West-Brabant inclusief betaalbewijzen voor de woning in [plaats 2] ;
- de betaalbewijzen van de aanslagen gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen/WOZ beschikking 2017, 2018, 2019 en 2022 van Belastingsamenwerking West-Brabant voor de woning in [plaats 2] .