ECLI:NL:RBZWB:2023:7750

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 november 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
C/02/415621 / FA RK 23/5178
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Bethlehem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:12 WvggzArt. 1:6 lid 1 WvggzArt. 270 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing rekestprocedure wijziging zorgmachtiging wegens overplaatsing betrokkene

De officier van justitie heeft op 3 november 2023 een verzoek ingediend tot wijziging van een lopende zorgmachtiging voor betrokkene, die verblijft in een zorginstelling. Kort na indiening van het verzoek is betrokkene overgeplaatst naar een andere locatie binnen de zorginstelling, waardoor de rechtbank Zeeland-West-Brabant niet langer bevoegd is om over het verzoek te beslissen.

Op basis van artikel 1:6 lid 1 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is de rechtbank Zeeland-West-Brabant niet meer bevoegd vanwege de overplaatsing. De rechtbank past artikel 270 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toe en verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de rechtbank Den Haag.

De beschikking is gegeven op 6 november 2023 door rechter Bethlehem, in aanwezigheid van griffier De Haas. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Den Haag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/415621 / FA RK 23/5178
Beschikking van 6 november 2023van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg naar aanleiding van het op 3 november 2023 door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene01],
geboren op [geboortedatum01] 1992 te [geboorteplaats01] ,
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
thans verblijvende in de [accommodatie01] , [afdeling01] te [plaats01] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg.

1.Het procesverloop

De officier van justitie heeft op 3 november 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot het wijzigen van de lopende zorgmachtiging van betrokkene.

2.De beoordeling

2.1
Uit het e-mailbericht van de geneesheer-directeur van [zorginstelling01] van 6 november 2023 is het de rechtbank gebleken dat betrokkene inmiddels, voordat de rechtbank haar over het verzoek heeft kunnen horen, is overgeplaatst naar de [accommodatie01] , [afdeling01] , te [adres02] , [postcode02] in [plaats01] .
2.2
Op grond van artikel 1:6 lid 1 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), is deze rechtbank niet meer bevoegd om dit verzoek te behandelen.
2.3
De rechtbank zal het verzoek op grond van artikel 270 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering voor behandeling verwijzen naar de rechtbank te Den Haag.

3.De beslissing

De rechtbank:
verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Den Haag.
Deze beschikking is gegeven door mr. Bethlehem, rechter, in tegenwoordigheid van mr. De Haas, griffier op 6 november 2023.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.