Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[eiser01] B.V,
2.
[eiser02],
1.[gedaagde01] B.V.,
2.
[gedaagde02],
[gedaagde03] B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
€ 5.000,00 per overtreding negatieve uitlatingen te doen over [eisers] jegens derden, waaronder in het bijzonder patiënten en personeel, als ook te verbieden uitlatingen te doen met de strekking dat [eisers] niet meer in de praktijk werkzaam zouden zijn en/of niet meer daarin zouden terugkeren;
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
‘het middels een doorslaggevende stem in de besluitvorming besturen van de vennootschap en aansturen van de tansartsenpraktijk’. Eventueel zou hij een rol kunnen spelen bij het bereiken van een ontvlechting van de samenwerking tussen beide aandeelhouders in onderling overleg. Partijen hebben ter zitting aangegeven het er over eens te zijn dat er geen limiet wordt gesteld op het aantal uren dat deze interim bestuurder werkzaam zal zijn, omdat nu nog niet te voorzien is hoeveel tijd er, vooral in het begin, nodig is. De conventionele vordering onder 1. en de subsidiaire reconventionele vordering zullen dan ook, met inachtneming van het voorgaande, worden toegewezen als na te melden.