Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 september 2023;
- de brief van de GI van 20 oktober 2023 met bijlage.
De feiten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de Gecertificeerde Instelling (GI) om vervangende toestemming te verkrijgen voor medische behandeling van een minderjarige, bestaande uit observatie en diagnostiek bij een zorgaanbieder. De minderjarige vertoont ernstige gedragsproblemen, waaronder fysieke agressie, waardoor zijn schoolgang en omgang met pleegouders en ouders ernstig worden belemmerd. De moeder stemt in met het onderzoek, maar de vader weigert zijn toestemming zonder inhoudelijke motivatie.
De kinderrechter toetst het verzoek aan artikel 1:265h BW, dat vervangende toestemming mogelijk maakt indien een ouder zijn toestemming weigert en de behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van het kind af te wenden. De rechter stelt vast dat de minderjarige jonger is dan twaalf jaar, de vader weigert en dat de behandeling noodzakelijk is om het gevaar door gedragsproblemen te beperken.
Vervolgens beoordeelt de rechter of het gaat om een medische behandeling in de zin van de WGBO. Op basis van een verklaring van een orthopedagoog/GZ-psycholoog wordt vastgesteld dat het psychiatrisch onderzoek onder de WGBO valt. Daarom verleent de kinderrechter de GI vervangende toestemming voor de medische behandeling, verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst andere verzoeken af.
De beschikking is openbaar uitgesproken op 30 oktober 2023 door kinderrechter Oomes, met griffier Van Dongen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak via het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend voor psychiatrisch onderzoek en diagnostiek van minderjarige ondanks weigering van vader.