ECLI:NL:RBZWB:2023:7471
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2016, waarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning door de inspecteur was vastgesteld op € 43.194 met een te betalen bedrag van € 4.011 inclusief € 262 belastingrente.
De rechtbank beoordeelde of de inspecteur het motiveringsbeginsel had geschonden. Belanghebbende voerde aan dat onduidelijk was hoe het te betalen bedrag was opgebouwd ten opzichte van de voorlopige aanslagen. De rechtbank concludeerde dat de inspecteur een voldoende motivering had gegeven en dat de correcties op de aangifte terecht waren gemaakt.
De voorlopige aanslag van januari 2016 was gebaseerd op onjuiste of onvolledige gegevens, waarna een tweede voorlopige aanslag in juni 2017 was opgesteld op basis van de ingediende aangifte. De definitieve aanslag corrigeerde enkele posten die belanghebbende niet betwistte.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet meer belasting betaalt dan een ander in een vergelijkbare situatie en verklaarde het beroep ongegrond. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2016 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.