ECLI:NL:RBZWB:2023:746
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaar tegen afname en verwerking DNA-profiel bij veroordeling Opiumwet
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van haar DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA, stellende dat dit niet van betekenis zou zijn voor opsporing en vervolging vanwege de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden.
De rechtbank heeft het bezwaar op 17 januari 2023 behandeld, waarbij de advocaat van de veroordeelde en de officier van justitie zijn gehoord. De veroordeelde is niet verschenen. De rechtbank oordeelt dat het misdrijf, een overtreding van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet, voldoet aan de wettelijke vereisten voor DNA-afname.
Hoewel het delict atypisch is en onder bijzondere omstandigheden is gepleegd, acht de rechtbank deze omstandigheden niet zodanig dat een uitzondering op de Wet DNA gerechtvaardigd is. De rechtbank weegt mee dat de veroordeelde een voorwaardelijke taakstraf kreeg, wat duidt op een kans op recidive.
De rechtbank wijst het bezwaar af en bevestigt dat het DNA-profiel mag worden bepaald en verwerkt. Er zijn geen rechtsmiddelen tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard.