Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Stichting Alwel,
[naam 2], wonende te [woonadres] ,
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
€ 132,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Stichting Alwel vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wegens een huurachterstand van €10.078,92 tot en met september 2023. Gedaagde erkent de huurachterstand maar voert aan dat persoonlijke omstandigheden en beschermingsbewind aan de basis liggen van de betalingsproblemen. Sinds mei 2023 is opnieuw beschermingsbewind ingesteld en worden de lopende huurpenningen voldaan, met maandelijkse aflossingen op de achterstand.
De kantonrechter overweegt dat hoewel de huurachterstand substantieel is en in beginsel ontbinding rechtvaardigt, in dit geval de omstandigheden anders zijn. Gedaagde toont zelfinzicht en heeft adequate hulp ingeschakeld, waardoor de situatie is gestabiliseerd. Bovendien woont een meerderjarige dochter in de woning die in een kwetsbare positie verkeert en niet zelfstandig kan wonen. Ontbinding en ontruiming zouden voor haar en gedaagde ingrijpende gevolgen hebben.
De kantonrechter houdt ook rekening met de lange duur van het incassotraject en het feit dat eiseres zich bij een eventuele nieuwe huurachterstand kan beroepen op herhaalde wanprestatie. Daarom wordt de vordering tot ontbinding en ontruiming afgewezen.
Wel wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, buitengerechtelijke incassokosten en rente, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontbinding en ontruiming worden afgewezen, maar gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, incassokosten en rente.