ECLI:NL:RBZWB:2023:744
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen opname DNA-profiel ongegrond verklaard bij Opiumwet-overtreding
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van haar DNA-profiel na een veroordeling wegens overtreding van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet. Zij stelde dat het DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn voor de opsporing en vervolging vanwege de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden, waaronder de zogenoemde 'achterdeurproblematiek'.
De rechtbank heeft het bezwaar inhoudelijk behandeld en overwogen dat het misdrijf voldoet aan de wettelijke vereisten voor DNA-afname. Hoewel het delict atypisch is en onder bijzondere omstandigheden is gepleegd, acht de rechtbank dit onvoldoende voor een uitzondering op de Wet DNA. Recidivegevaar is niet uitgesloten, mede omdat de veroordeelde een voorwaardelijke taakstraf met proeftijd heeft gekregen.
De rechtbank oordeelt verder dat het feit dat de veroordeelde eerder een strafbeschikking kreeg aangeboden, maar deze weigerde, geen beletsel is voor opname van het DNA-profiel. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard.