Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- een vertegenwoordiger van de GI;
- een vertegenwoordiger van de Raad.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de Gecertificeerde Instelling (GI) tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken voor twee minderjarigen, waarbij de huidige regeling uit 2022 wordt aangepast om een evenrediger verdeling te realiseren.
Tijdens de mondelinge behandeling waren beide ouders, een vertegenwoordiger van de GI en van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. De minderjarige [minderjarige01] is gehoord en gaf aan de huidige regeling te prefereren, hoewel zij het jammer vindt haar zusje minder te zien.
De GI stelt dat de huidige regeling niet evenredig is en dat een nieuwe regeling de minderjarigen meer samenbrengt en minder overdrachtsmomenten kent. De moeder wil de huidige regeling continueren vanwege positieve ervaringen, terwijl de vader het verzoek steunt vanwege de verbeterde belastbaarheid van de moeder en het belang dat de kinderen zoveel mogelijk samen zijn.
De kinderrechter oordeelt dat de wijziging in het belang is van de minderjarigen, met het oog op stabiliteit, duidelijkheid en structuur. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep is binnen drie maanden mogelijk.
Uitkomst: De zorg- en opvoedingstaken worden gewijzigd zodat de minderjarigen vaker samen zijn, met een evenredige verdeling tussen ouders.